Op 1 augustus 1992 werd de leegstaande Ernst Casimirkazerne in Roermond ingericht als tijdelijk opvangcentrum (TOC) voor mensen die de Joegoslavische Burgeroorlog ontvlucht waren. Een deel van die kazerne is nu onderdeel van de Designer Outlet, de rest is gesloopt. In de eerste weken na de opening druppelden de ‘ontheemden’ langzaam binnen. Eerst alleen Bosnische moslims, later ook wat oosters-orthodoxen (‘Serviërs’) en katholieken (‘Kroaten’). Maar in september kwam een grote stroom vluchtelingen naar Nederland op gang. De regering liet bepaalde groepen, waaronder zieken en gewonden, met treinen ophalen in opvangkampen in Kroatië. In de tweede trein zat Vera Kalić met haar gezin.

De vlucht van het gezin Kalić

Vera, haar man Idriz en hun twee kinderen waren al maanden op de vlucht. Ze kwamen uit Brčko in Bosnië, een gebied met een gemengde bevolking: katholieken, oosters-orthodoxen en moslims. De orthodoxe Serviërs probeerden Brčko te veroveren als landbrug tussen twee Servische gebieden. Vera was katholiek, Idriz moslim. Zoals zoveel gemengde gezinnen kwamen ze tussen twee vuren te zitten. Vanuit Brčko waren ze met allerlei vervoermiddelen naar Belgrado (Servië) gevlucht. Van daar ging het via het totaal verwoeste Vukovar naar Zagreb (in het katholieke Kroatië). Daar woonden Vera’s broer en de kinderen van haar tante. Een nichtje nam het gezin Kalić in huis en zorgde dat Idriz, die nierpatiënt was, dialyse kreeg in een ziekenhuis.
Maar het gezin was in Kroatië niet echt welkom omdat Idriz moslim was. Vera kreeg een identiteitspas met ‘nationaliteit: Kroatisch’. In Idriz’ pas stond ‘moslim’. Na twee-en-halve maand kwam het bericht dat zieke vluchtelingen zich konden melden voor opvang in Nederland. Die kans grepen ze aan. Op 16 september 1992 stapten ze op de trein naar Utrecht, samen met Idriz’ neef, die als soldaat gewond was geraakt. Bij aankomst werden de twee mannen naar een ziekenhuis in Utrecht gebracht. Vera, haar zoon van 15 en haar dochter van 13 gingen naar Zeewolde. Een kleine week later werd bepaald dat ze allemaal naar Roermond moesten. De mannen gingen met ziekenvervoer, Vera en de kinderen werden met een plattegrondje op de trein gezet. Ze hadden twee of drie tassen bij zich en spraken alleen Bosnisch.

Van opvangcentrum naar flat

Op 23 september was de vlucht ten einde. Het gezin Kalić werd met twee andere families in een soldatenslaapzaal ondergebracht, die met lakens was verdeeld in ‘kamers’. Het sanitair was gezamenlijk, het eten gratis, er werd tweedehands kleding verstrekt en ze kregen 30 gulden zakgeld per week.

pasje-opvangcentrum-vera-kalic

Na een paar maanden kregen ze meer privacy in één van de ‘bungalows’ op het terrein: huisjes met kamertjes, maar zonder rioolaansluiting. Op de slaapzalen bleven alleen de alleenstaande mannen achter. Na nog eens veertien maanden kregen alle gezinsleden de A-status als vluchteling en een flat aan de Willem Bayerstraat.
Vera’s man Idriz overleed in 1996 aan zijn nierziekte. Haar kinderen hebben Nederlandse schooldiploma’s gehaald en banen gevonden. Haar zoon is getrouwd met een Nederlandse vrouw, haar dochter met een Bosniër.

bezoek-op-flat-willem-bayerstraat

Vera Kalić gaat regelmatig naar Bosnië voor familiebezoek, maar wil er nooit meer wonen. Ze bewaart nog een tas uit Bosnië met spulletjes van haar vlucht, zoals haar oude huissleutel en een bonte verzameling identiteitskaarten en pasjes.

Grote foto: Vera Kalić; foto: GAR. Oranje kaart: Vera’s pasje van het tijdelijk opvangcentrum (TOC) in Roermond. Kleine foto: Vera en Idriz in hun flat aan de Willem Bayerstraat met familieleden die nog in het Tijdelijk Opvangcentrum woonden, ca. 1995; foto: archief Vera Kalić.