Het was zaak dat de kinderen niet opvielen en konden doorgaan voor een neefje of nichtje van hun gastouders. Dat functioneerde beter dan dat jonge kinderen de hele dag in een schuilplaats moesten doorbrengen, zoals Anne Frank en haar familie.

Ook bij enkele boerengezinnen in de Roermondse Weerd waren Joodse kinderen ondergebracht. Het ene kind trof het daar beter dan het andere. 

Rosalie (Lieke) Hiegentlich uit Roermond had geluk. De familie Jetten nam haar gastvrij op.


Majer Tugendhaft uit Maastricht kreeg de schuilnaam Mattie Gevers. Zijn nieuwe voornaam heeft hij sindsdien behouden. Hij ging van gastgezin naar gastgezin en kwam ook in de Weerd terecht. Een traumatische ervaring.


Gustel Nussbaum was al 18 toen ze onderdook bij de bakkersfamilie Thomassen, midden in de stad. In Reise mit zwei Koffern beschreef ze later haar verblijf in Roermond. Dat gedeelte is in vertaling opgenomen op de website over de familie Thomassen. Het boek is te vinden in de bibliotheek van het Gemeentearchief en kan worden geraadpleegd op onze studiezaal.

joodse-onderduikers-roermond