Door John Vaessen

Henri Janssen (1816-1877), koopman in kolen en olie, trouwde in 1847 met de op hoeve De Donck in de Roermondse Weerd geboren Hermina Aldeghonda Stoffels (1826-1904). In 1862 werd het gezin Janssen uitgebreid met een vierde kind, Henriëtte (Jet) Janssen, die eveneens op De Donck ter wereld kwam.

Henriëtte huwde in 1902 voor de eerste maal met de Sittardse wijnhandelaar Joseph Nicolas Rutten (1861-1910). Hij had voor haar in Sittard de nog bestaande kasteelachtige villa Casa Mia aan de Parklaan laten verbouwen. Uit dit huwelijk werd in1903 hun dochter Hermine Louisa Rutten geboren, die in het huwelijk zou treden met Michel Lallemand, kapitein in het Belgische leger. Na acht jaar huwelijk overleed Joseph Rutten onverwacht in Luik (B) en werd hij bijgezet in de familiegrafkelder Janssen-Stoffels op het Oude Kerkhof in Roermond.

Gravin

Comtesse Geraud de Rochechouart def.jpgEnkele jaren later ontmoette Henriëtte Janssen de in het plaatsje Vallery (F) geboren Géraud-Anne-Marie-Louis-Jules, graaf van Rochechouart (1865-1943), met wie zij in 1920 hertrouwde. Door dit huwelijk werd zij gravin. Hij was een zoon van Louis-Aimery-Victurien, markies van Rochechouart, en Marie-Anne-Laurence du Vergier de la Rochejaquelein. Het kasteel Rochechouart is gelegen in de regio Limousin (F), departement Haute-Vienne. In het negende arrondissement van Parijs herinnert de naam van een boulevard (Boulevard Rochechouart) en een metrostation (Barbès-Rochechouart) aan de voorouders van deze adellijke familie. Ook met haar tweede man verbleef Henriëtte vaak in de Sittardse villa. De graaf en gravin reisden veel en op een vakantie in Chamonix in de jaren twintig ontmoetten ze er koningin Wilhelmina en prins Hendrik. Henriëtte was beschermvrouwe van de Sittardse Rode Kruis-afdeling en prins Hendrik was landelijk voorzitter van het Rode Kruis. In die hoedanigheid bezocht hij op maandag 24 oktober 1927 Sittard om op het stadhuis aan de Rode Kruis-afdeling officieel het nieuwe vaandel uit te reiken. Na de plechtigheid werd op uitnodiging van de graaf en gravin de Rochechouart in Casa Mia een lunch geserveerd in aanwezigheid van de prins en een aantal hooggeplaatste gasten, zoals onder meer de gouverneur van Limburg, Eduard Otto baron van Hövell tot Westerflier, graaf de Marchant et d'Ansembourg van Amstenrade, graaf Wolff Metternich van kasteel Hillenraedt en jonkheer von Pelzer-Berensberg van kasteel Wijlre. Ondanks haar vertrek uit haar geboorteplaats verwaarloosde Henriëtte haar Roermondse kennissenkring niet. Op de foto bovenaan deze pagina is zij te zien zittend met witte hoed in gezelschap van notaris Martin Linssen, staande met zwarte hoed Hortense Berger-van Meyel (echtgenote van wijnhandelaar Jean Berger) en Hortense Nicolas-Schieffer, de moeder van glazenier Joep Nicolas.

Onderscheiden

In 1943 overleed Géraud graaf van Rochechouart in Parijs en verbleef zijn echtgenote in Brussel, waar ze in 1948 op 85-jarige leeftijd overleed. Tijdens haar leven werd de comtesse de Rochechouart onderscheiden als chevalier van het Légion d’honneur, begiftigd met onder meer het gouden kruis van de Orde van Jeanne d’Arc en het gouden kruis van verdienste van het Nederlandse Rode Kruis.
Waarschijnlijk op haar eigen verzoek werd zij niet bij haar tweede echtgenoot in Parijs begraven, maar koos ze voor een laatste rustplaats bij haar overleden familie in Roermond. Op 27 juli van dat jaar werd haar stoffelijk overschot van Brussel overgebracht naar Roermond om bijgezet te worden in de familiegrafkelder op het Oude Kerkhof, waar ook haar ouders, broer Pierre (1860-1896), zussen Catharina (1852-1926) en Mathilde (1856-1886) en haar eerste echtgenoot Joseph Rutten rusten. Opmerkelijk is dat haar laatste rustplaats, onder die van haar ouders, twee nissen beslaat in plaats van één, zoals gebruikelijk. Het burgermeisje uit de Weerd keerde als adellijke dame terug naar Roermond om uiteindelijk te rusten bij hen die haar dierbaar waren.

06b Graf Comtesse de Rochechouart.jpg

Ontleend aan John Vaessen, ‘Dood, maar niet vergeten’. Graven en grafkelders op ‘den Aje Kirkhaof’ in Roermond (Roermond 2019), m.m.v. Tobey Stevens, de Donck, Roermond