Het verdriet van Roermond
Op 26 en 27 december 1944 werden 13 uit Roermond afkomstige onderduikers en één in hun gezelschap verkerende Poolse vluchteling op bevel van Abschnittskommandant Ulrich Matthaeas, zonder vorm van proces, gefusilleerd in het Elmpterbos, gemeente Niederkrüchten (D). Matthaeas zou in de laatste oorlogsmaanden, toen Roermond frontstad was, zeer negatief in beeld komen door het nemen van buiten proportionele strafmaatregelen jegens Roermondse inwoners.
In zijn (zoals later zou blijken) ongefundeerd vermoeden geconfronteerd te worden met een opstand van de mannelijke bevolking uit Roermond verordonneerde hij alle mannen en jongens in de leeftijd van16 tot 60 jaar uit de stad te laten verwijderen. Iedereen die daarvoor in aanmerking kwam moest zich vóór 18 december 1944 te 17:00 uur melden bij de Ortskommandatur aan de Nassaustraat. Een maatregel die in eerste instantie niet of nauwelijks werd opgevolgd. Om zijn bevel kracht bij te zetten liet hij veertien onschuldige onderduikers (de jongsten waren slechts 16 jaar) in het Elmpterbos op genadeloze wijze middels een nekschot vermoorden. Het later opgerichte ‘Mahnmal’ op de Luzenkamp in de buurt van de executieplaats herinnert aan deze laffe misdaad. Uit angst hetzelfde lot te moeten ondergaan verzamelden zich op 30 december 1944 ongeveer 2700 mannelijke inwoners alsnog in de Nassaustraat om, na uit Roermond weggevoerd te zijn, uiteindelijk te werk gesteld te worden in de Duitse oorlogsindustrie.
Herbegrafenis
De lichamen van de ter dood gebrachte onderduikers werden in eerste instantie door de Nazi’s ter plekke van de executies begraven. Pas op 26 augustus 1947 werden hun stoffelijke resten gevonden en op 11 september 1947 begraven op deze plek op het Oude Kerkhof. Ruim twee en een half jaar later, op 29, 30 en 31 maart 1950 werden de katholieke slachtoffers wederom opgegraven en op één na, die zijn laatste rustplaats gekregen heeft op het Ereveld te Loenen, overgebracht naar de Algemene Begraafplaats ‘Tussen de Bergen’ om tenslotte aldaar te rusten gelegd te worden bij het herdenkingsmonument voor de Roermondse oorlogsslachtoffers. De stoffelijke resten van de twee protestantse broers die op het Hervormde gedeelte van de begraafplaats begraven waren volgden op 2 juni 1950. De reden van de overbrenging was het feit dat op instigatie van de Gemeente Roermond het Oude Kerkhof, na opening van de nieuwe begraafplaats ‘Tussen de Bergen’, gesloten zou worden, hetgeen echter nooit heeft plaats gevonden.
De hier aanwezige herdenkingssteen met de vermelding van de namen van de slachtoffers én hun beeltenis werd geplaatst op 18 november 2019 ter herinnering aan die inktzwarte periode uit de Tweede Wereldoorlog, die bekend staat als ‘het verdriet van Roermond’.
Door: John Vaessen