Hoofdstad van Gelderland
De trouwzaal in het Roermondse stadhuis is, met zijn portretten van de Gelderse hertogen, een juweeltje. Roermond was tot 1794 één van de hoofdsteden van Gelderland. Nee, niet van Limburg.
De trouwzaal heet officieel de Statenzaal. Hier vergaderden vroeger de Staten van het Kwartier van Roermond, een soort parlement met vertegenwoordigers van de steden en de adel. Het Kwartier van Roermond (of Overkwartier) was één van de vier delen van het hertogdom Gelre of Gelder, later Gelderland. De andere waren het Kwartier van Zutphen, het Kwartier van Nijmegen en het Kwartier van Veluwe (hoofdstad Arnhem).
Spaanse tijd
De hertogen van Bourgondië breidden in de loop van de eeuwen hun gebied in de Nederlanden uit door slimme huwelijken en oorlogen. Rond 1500 kwam die gebiedsuitbreiding in een stroomversnelling. Bourgondië, Oostenrijk en Spanje met zijn overzeese koloniën vormden opeens één rijk, met Spanje als belangrijkste onderdeel. Maar de landhonger van de Spaanse koningen was nog niet verzadigd. Ze eisten het hele gebied van de Nederlanden op. Gelderland was hun laatste prooi. Vanaf 1543 konden ze zich ook hertog van Gelderland noemen.
Maar al gauw brak de Tachtigjarige Oorlog uit en scheidde het noorden van de Nederlanden zich af. De grens tussen noord en zuid kwam dwars door Vlaanderen, Brabant en Gelderland te lopen. Van Gelderland bleef alleen het Overkwartier Spaans. Gelderse bestuurslichamen zoals het Hof van Justitie en de Rekenkamer vielen uiteen in een noordelijke en een zuidelijke instelling. De zuidelijke bestuurslichamen waren vanaf 1580 in de Roermond gevestigd.
Oostenrijkse tijd
Het Spaanse koningen wilden hun bezit bijeenhouden en trouwden daarom nogal binnen de eigen familie. Dat leidde tot inteelt. Koning Karel II was meervoudig gehandicapt. Hij leerde pas rond zijn derde jaar een beetje lopen en rond zijn achtste praten, met een spraakgebrek. Hij stierf in 1700 op zijn 35ste verlamd, kaal, epileptisch, slechtziend en doof. En zonder nakomelingen. Het Spaanse wereldrijk was opeens van niemand meer.
De Franse koning Lodewijk XIV claimde de Spaanse erfenis voor zijn kleinzoon. Maar de andere Europese vorsten zagen niet zitten dat Spanje, Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden samen één groot rijk gingen vormen. Na een oorlog werden de Zuidelijke Nederlanden toegewezen aan Oostenrijk. Maar niet helemaal: het Overkwartier werd in drie delen gehakt. Roermond was nu alleen nog maar hoofdstad van het Oostenrijkse deel, een minigewest. Dat bleef zo tot de Fransen in 1795 nieuwe grenzen trokken.
Statenzaal
De Statenzaal in het stadhuis van Roermonds is bijzonder, maar niet uniek. In het stadhuis van Gent is het Oostenrijks Salon te vinden, waar de Staten van Vlaanderen vergaderden. Ook die zaal is gedecoreerd met vorstenportretten. Het stadhuis van Brussel bewaart nog de Zaal van de Staten van Brabant, versierd met wandtapijten. De Roermondse galerij met Spaanse en Oostenrijkse vorsten is compleet vanaf 1633. De portretten van de landvoogden Albrecht († 1621) en Isabella († 1633) zijn helaas ooit verdwenen.