De Munsterkerk
Samen met de Sint-Servaasbasiliek en de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Maastricht vormt de Roermondse Munsterkerk de top-3 van romaanse kerken in Nederland.
In 1220 werd de Munsterkerk ingewijd. Niet door de bisschop van Luik, tot wiens gebied de parochie Roermond behoorde, maar door bisschop Engelbert II van Keulen. Deze was via zijn moeder een volle neef van graaf Gerard van Gelre, de heer van Roermond en omgeving. Graaf Gerard had kort tevoren de Munsterabdij gesticht als oudedagsvoorziening voor zijn moeder Richardis. Zij werd de eerste abdis van de nieuwe abdij. De stichting van de abdij en de inwijding van de kerk waren dus niet alleen een kerkelijke aangelegenheid, maar ook een familie-onderonsje.
De Munsterkerk is het enige wat er van de abdij is overgebleven.
Keulse invloed
Keulse invloed is ook in de stijl van het gebouw aanwijsbaar. Typisch voor romaanse kerken in Keulen en aan de Nederrijn zijn de ‘dwerggalerijen’ (doorlopende rijen boogjes boven de ramen aan de achterkant), de krans van kleine kapellen rond het koor aan de achterkant, de torens tussen het koor en de dwarsbeuken en de grote achthoekige toren in het midden, waar later een barok koepeldak op is geplaatst. Achter de hoge torens aan de voorkant bevindt zich een breed gedeelte. Zo’n verbreding is zeldzaam, maar komt ook voor bij enkele andere laatromaanse kerken in het Maasland en aan de Nederrijn.
Abdij gesloopt
Zoals gezegd: de Munsterkerk is het enige overblijfsel van de Munsterabdij. Nadat de abdij in 1797 was opgeheven, werden de gebouwen onder meer gebruikt als gevangenis en als kazerne voor de soldaten van het garnizoen. Na de Eerste Wereldoorlog leek dat garnizoen niet langer nodig. In 1924 kwam er een plan om de kazernegebouwen te slopen. Door de sloop zou de Munsterkerk mooi vrij komen te liggen. Eén van de mensen die dit idee promootten, was architect Joseph Cuypers, de zoon van de inmiddels overleden Pierre Cuypers. Vóór het besluit tot sloop genomen werd, zou een groepje deskundigen de gebouwen inspecteren. Die inspectie mislukte; de heren konden niet naar binnen omdat iemand de sleutel vergeten was. Toch kwam het besluit erdoor. Maar de sloop van de kazerne bracht verrassingen aan het licht: een mooie dakkap en fraaie zuiltjes aan weerskanten van deuren en ramen, allemaal resten van de abdij uit de dertiende eeuw. Iedereen was verontwaardigd, maar op één of andere manier was niemand verantwoordelijk. Een fotograaf en een kunstschilder legden tijdens de sloop nog gauw de situatie vast en de zuiltjes werden overgebracht naar het museum. De gebouwen uit de dertiende eeuw waren weg, voorgoed.
Maar het moet gezegd: door de sloop ligt de kerk nu inderdaad mooi vrij, omgeven door de bomen en plantsoenen van het Munsterplein.