Processies
‘Wij aten ’s middags warm. Eén keer per jaar at mijn vader niet mee. Waar was hij? Mijn moeder zei dan: “Hae is ónger de processie gekómme.” Dat wilde zeggen: in het café.’
Aldus een oudere Roermondenaar, wiens vader ieder jaar met andere mannen het Heilig Sacrament (een gewijde hostie in een fraaie zilveren houder) moest helpen dragen tijdens de grote processie. Processies zijn plechtige katholieke optochten waarbij vroeger de hele bevolking betrokken was. Het Gemeentearchief heeft er dan ook veel foto’s van. Mensen liepen óf mee, óf stonden langs de kant. Processies behoorden tot de feestelijke hoogtepunten van het jaar. En ja, daar moest op gedronken worden.
Deelnemers
Voorop liepen kerkelijke en stedelijke hoogwaardigheidsbekleders, daarachter de ambachtsgilden, voorafgegaan door een vaandeldrager en bewapend met geweren. Ook liepen er ‘bruytiens ende gecierde kinderen’ (jonge meisjes en verklede kinderen) mee. En in 1680 besloot het stadsbestuur dat de stadsreus Sint-Christoffel weer in de kleine processie zou optrekken. Een lid van het stadsbestuur moest zorgen voor zijn ‘kleedinge ende requisita’. Ook moest hij ‘den draeck’ weer laten meelopen.
Volksfeest
Aan die stadsreus en die draak is te merken dat de religieuze processies neigden naar een volksfeest. Dat liep soms uit de hand, zoals blijkt uit de straffen waarmee het stadsbestuur geregeld dreigde. Het gebeurde nog wel eens dat ambachtslieden niet kwamen opdagen, dat ze stopten ‘om beschoncken te worden’ en dat mensen aan de jonge meisjes en kinderen in de stoet alcohol te drinken gaven.