Jan Lodewijk baron van Scherpenzeel Heusch wordt geboren in Gelderland als zoon van een familie uit Eigenbilzen (nu Belgisch Limburg). Als hij 15 jaar is, worden de voormalige Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden verenigd in één koninkrijk onder Willem I. De jonge Jan Lodewijk wordt beroepsmilitair. Hij wordt met zijn eenheid in Roermond gelegerd, trouwt een Roermondse en woont met haar in de Munsterstraat.

1830: Belgische Opstand

Het zuiden is niet gelukkig met het bewind van koning Willem I. De noorderlingen zijn in de minderheid, maar hebben wel de meeste leidinggevende functies. Het belastingstelsel is nadelig voor het zuiden en zijn industrie. Het zuiden is katholiek, maar de katholieke kerk wordt achtergesteld, om niet te zeggen onderdrukt. In 1830 breekt de Belgische Opstand uit. Vrijwilligers in boerenkielen met zwart-geel-rode insignes verslaan het Nederlandse leger in straatgevechten. België scheidt zich af.

zwart-geel-rood-insigne-1830


De Roermondenaren doen volop mee met de opstand. Ze helpen het Belgische leger om Venlo te bevrijden. In 1831 probeert Willem I met een ‘speciale militaire actie’ België weer in te lijven. Van Scherpenzeel Heusch trekt aan het hoofd van 400 Roermondse vrijwilligers de Hollanders tegemoet. Ze komen niet in actie, maar worden thuis als helden gezien. De baron maakt zich in 1837 nog populairder als hij in de Roer springt en een jong meisje van de verdrinkingsdood redt.
Roermond is Belgisch, maar niet voor lang. De oosthelft van de provincie Limburg wordt in 1839 tegen de wil van de bevolking losgemaakt van België en bij Nederland gevoegd. Tegelijk wordt deze nieuwe provincie – het huidige Limburg – óók onderdeel van Duitsland; raar maar waar. Het blijft onrustig in Roermond.

vernield-wapenbord-koninkrijk-der-nederlanden

1848: revolutie

‘Er waart een spook door Europa – het spook van het communisme’. Op 21 februari 1848 verschijnt in Londen het Communistisch Manifest van Marx en Engels met deze beroemde openingszin. De volgende dag beginnen uitgebuite, wanhopige fabrieksarbeiders in Parijs een revolutie die zich verspreidt over half Europa. Een strijd voor democratie, tegen de vorsten en tegen sociaal onrecht.
In Nederland blijft het bij wat relletjes. Wel wordt de democratische grondwet van Thorbecke ingevoerd. De sociale kwestie speelt nog niet, er zijn nauwelijks fabrieken. Maar Roermond heeft een papierfabriek en vijf textielfabrieken, elk met honderden arbeiders. De gouverneur van Limburg voelt nattigheid en vraagt de officier van justitie in Roermond, welke maatregelen nodig zijn ‘tot bedwang der fabrieksarbeiders’. Roermondenaren vallen marechaussees aan wanneer die een Belgische arbeider arresteren die ‘in Roermond de revolutie wil aanknopen’.
Intussen is de revolutie in Duitsland losgebarsten. Een parlement moet een grondwet gaan opstellen voor een verenigd, democratisch en sociaal Duitsland. Ook Limburg doet mee aan de parlementsverkiezingen. In Roermond ontstaan twee partijen. De kandidaten van de pro-Nederlandse partij zijn fabrikant, bankier, arts, jurist of lid van het stadsbestuur. De anti-Nederlandse partij heeft Van Scherpenzeel Heusch als lijsttrekker. De andere kandidaten zijn ambachtslieden en kleine winkeliers. Van Scherpenzeel Heusch wint glansrijk – volgens de Roermondse officier van justitie dankzij het ‘gepeupel en wevers of andere fabrijksgasten’.
De baron beleeft zijn grootste triomf als het Duitse parlement vóór de Limburgse afscheiding van Nederland stemt. Maar kort daarna wordt de Duitse revolutie in bloed gesmoord. Tegelijkertijd verliest de baron thuis aanhangers. Limburgers vestigen hun hoop op de liberale leider Thorbecke, die inderdaad veel voor Limburg weet te bereiken.

Grote foto: Jan Lodewijk baron van Scherpenzeel Heusch (1799-1872). Kleine foto: Insigne van een Belgische vrijwilligersmilitie uit 1830. Fotomontage: In 1830 sloegen opstandige Roermondenaren het wapen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden aan de gevels van overheidsgebouwen in stukken.