Sintermerte

Sint-Maarten, in het dialect Sintermerte, was volgens een legende een Romeinse soldaat. Op een dag kwam hij een halfnaakte bedelaar tegen. Uit medelijden sneed hij de helft van zijn mantel af, zodat de man zich daarmee kon kleden tegen de kou. In de nacht daarna had Martinus een droom. In die droom zei Jezus tegen hem, vrij vertaald: ‘Als je kleren geeft aan een arme, naakte man, bewijs je daarmee eer aan Mij.’ Martinus bekeerde zich tot christen. Later werd hij bisschop van Tours in Frankrijk en na zijn dood werd hij heilig verklaard. Zijn naamdag is 11 november. Hij werd onder meer vereerd als de beschermheilige van de bedelaars.

Bedelfeest

De vieringen van Sint-Maartensdag (11 november) of Sint-Maartensavond (10 november) verschillen van streek tot streek. In België zijn er optochten met een Sint-Maarten te paard, begeleid door een fanfare of harmonie. De heilige strooit met snoep en de kinderen rapen het snoepgoed op; dat heet ‘grielen’. In Roermond zijn tegenwoordig tradities uit Noord-Nederland doorgedrongen. Kinderen gaan langs de deuren met een lampion van een uitgeholde koolraap, suikerbiet of voederbiet. Ze zingen een Sint-Maartensliedje en krijgen in ruil daarvoor snoep. Maar vroeger werd het feest gevierd zoals dat in het Rijnland nog gebeurt. Dat wil zeggen: net als in België een optocht met Sint-Maarten te paard, voorafgegaan door een blaasorkest. De optocht vond ’s avonds plaats en de kinderen tot en met elf jaar liepen mee met lampions. Sint-Maarten was verkleed als een Romeinse legerofficier met een rode mantel. Hij gaf de bedelaar de helft van zijn mantel en werd daarna zelf als bisschop aangekleed. De optocht eindigde met een groot kampvuur. Er werden traditionele liedjes gezongen, zoals: Sintemertes veugelke haaj ein rood kop-keugelke. Gesjtaove, gevlaoge al euver de Maas, wo ein heel diek verke waas. En er was snoep, want Sint-Maarten is een ‘bedelfeest’.

sint-maarten-als-bisschop-met-bedelaar

Ellefde van de ellefde

De datum van 11 november, de ellefde van de ellefde, hoort bij carnaval omdat het getal elf nu eenmaal bij carnaval hoort. Hiervoor bestaan verschillende verklaringen. Allereerst: elf is het gekkengetal. Maar er is nog een verklaring. Toen de Fransen in 1792 het Rijnland bezetten, dreven de carnavalsvierders de spot met hen. Ze zetten Franse hoeden op en vierden feest op 11 november als steek onder water naar de slogan van de Franse revolutie, égalité, liberté, fraternité (vrijheid, gelijkheid, broederschap). De beginletters van die slogan vormen in het Duits immers het telwoord elf. De uitroep ‘alaaf!’ is trouwens een verbastering van ‘elf’.
Er zijn nog meer verbanden tussen Sint-Maarten en carnaval. Ook carnaval is van oorsprong een bedelfeest. De verkleedpartijen en maskers zijn ontstaan doordat arme mensen met carnaval langs de deuren gingen om te bedelen om voedsel. Ze deden dat verkleed om niet te worden herkend, uit schaamte voor hun armoede. Het snoepjesgooien vanaf de prinsenwagens is nog een overblijfsel daarvan. Na carnaval begint de vastentijd van 40 dagen, als voorbereiding op Pasen. Sint-Maarten valt 40 dagen vóór 21 december, de kortste dag van het jaar. Na Sint-Maarten begon vroeger het Sint-Maartensvasten, als voorbereiding op Kerstmis. Deze Adventsperiode is later ingekort tot 30 dagen, maar de Sint-Maartensviering bleef nog eeuwenlang bestaan.

Foto’s: Sintermerte als Romeins soldaat en als bisschop, met de arme bedelaar; 11 novemberviering in de jaren vijftig; foto’s Gemeentearchief Roermond.