Ferdinand Domela Nieuwenhuis is eind negentiende eeuw één van de grondleggers van de socialisme. Een indrukwekkende man met wapperende haren en een lange baard als Jezus. Ex-dominee, nu atheïst. De arbeiders noemen hem ‘onze Verlosser’. Vrijdenker, voorvechter van algemeen kiesrecht, vrouwenemancipatie en vrije seks, geheelonthouder, vegetariër, antimilitarist, antikoloniaal en veroordeeld wegens majesteitsschennis. En hij is een meeslepend redenaar. Waar Domela Nieuwenhuis spreekt, daar gebeurt wat. De uitgebuite, apathische arbeiders en werklozen voelen een nieuwe kracht door hun lichaam stromen. Ze krijgen hoop en putten moed om in opstand te komen.
Maar zo ver komt het in Roermond niet. De socialisten worden in 1893 de stad uitgejaagd.

Veel sociale ellende

Langs de Roer, waar nu de ECI ligt, liggen in de negentiende eeuw textielfabrieken en een grote papierfabriek. Maar sinds 1870-1880 staan de meeste gebouwen leeg. De bedrijven zijn allemaal failliet of gestopt. De werkloosheid is hoog. Mensen leven in miserabele krotten en kamers. De woninkjes hebben geen riolering, amper verwarming, geen schoon drinkwater en er heersen besmettelijke ziektes. De mannen drinken, vechten en tuigen hun vrouwen en kinderen af. De vrouwen hoereren. Er worden veel kinderen geboren en er sterven er ook veel. Zo is het in veel steden.

Socialisten contra katholieken

In 1881 richt Domela Nieuwenhuis een politieke partij op, de Sociaal-Democratische Bond (SDB). Die organiseert in 1893 ook een serie bijeenkomsten in Roermond. Gerard Pieters uit Maastricht en Jacobus Minkenberg uit Roermond zijn de kartrekkers. De eerste twee meetings verlopen rustig. Op de derde bijeenkomst zal Domela Nieuwenhuis zelf komen spreken.
De katholieke elite is daar niet blij mee. In hun ogen is Domela het ‘rode gevaar’ dat de arbeiders uit de kerk weglokt. De katholieken willen geen confrontatie, maar juist verbinding tussen werkgevers en werknemers. Ze richten de RK Volksbond op, die het initiatief neemt voor een ziekenfonds, een gaarkeuken en arbeiderswoningen.
SDB en Volksbond proberen allebei de arbeiders voor zich te winnen.

De socialisten de stad uit gejaagd

Domela Nieuwenhuis zal komen spreken op paasmaandag 3 april. Op de foto zien we hem vlak na aankomst op het station tussen Pieters (links) en een onbekende man, misschien Minkenberg. Op de achtergrond lopen drie mannen met het gezelschap mee en kijken zenuwachtig om. De spanning is voelbaar. Domela’s tegenstanders hebben pamfletten verspreid met een oproep om de bijeenkomst te verstoren. Ze hebben niets aan het toeval overgelaten. Leerlingen van de HBS en brouwersknechten zijn opgejut met geld en gratis drank.

oproep-boycot-SDB-bijeenkomst

Om 12 uur ’s middags is het zaaltje in de Voorstad Sint-Jacob stampvol. De mensen staan tot ver op de straat. Velen zijn dronken of aangeschoten. Zodra Domela Nieuwenhuis het woord wil nemen beginnen de opgetrommelde onruststokers te schreeuwen en het volkslied te zingen. Van zijn toespraak komt niets terecht. Uiteindelijk ontruimt de politie de zaal. Domela vlucht een huis in en daarna naar het station. Op straat wordt hij gemolesteerd door een joelende menigte van drie-, vierduizend man. Bij de latere bijeenkomsten van de SDB wordt het geweld nog erger. Eén spreker wordt bijna doodgeslagen. In september houden de socialisten hun zevende bijeenkomst. Ze komen met velen en wapenen zich met verdedigingsmiddelen. Er is massaal politie op de been. Deze keer blijft het rustig.
Maar daarna houden de socialisten het in Roermond voor gezien.