Door John Vaessen

In de tweede helft van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw was het vooral de familie Guillaume die haar stempel drukte op het muzikale leven in Roermond. Van oorsprong afkomstig uit het Waalse Bouillon vestigden Nicolas Guillaume en zijn echtgenote Eugenie Crappe zich rond 1870 in de bisschopsstad. Zoon Louis (1851-1904), geboren te Brugge, had in 1871 op 19-jarige leeftijd de uitnodiging aanvaard dirigent te worden van de Koninklijke Harmonie Roermond. In 1874 huwde hij de uit Luik afkomstige muzieklerares Melanie Lardinois (1848-1936), die naast pianiste (zij begeleidde onder meer de altzangeres Antoinette Alberdingk Thijm, tweede echtgenote van Pierre Cuypers) eveneens concertzangeres zou worden. De in Thionville geboren zoon Paul (1863-1944) volgde zijn vader na diens overlijden op als dirigent van fanfare St. Caecilia te Tegelen. Twee kinderen van het echtpaar Guillaume-Lardinois, Max en Carlo (René overleed op jonge leeftijd), zouden zich op muzikaal gebied zowel nationaal als internationaal onderscheiden. 

Max Guillaume

Na het overlijden van zijn vader Louis deed het bestuur van de Koninklijke Harmonie alle moeite zoon Max als muzikale leider aan de vereniging te binden. Evenals zijn vader nam de talentvolle Max, vanwege zijn geringe lengte amicaal ’t Menke genoemd, met de harmonie succesvol deel aan diverse concoursen. Daarnaast dirigeerde hij zowel het Roermonds Mannenkoor als ook de harmonieën van Thorn en Linne. Hij was bovendien een begaafd violist alsook componist. Hij was getrouwd met de in Parijs geboren schilderes Marthe Dupuis en woonde in het statige pand aan de Godsweerdersingel 35. Het was hier dat hij op 1 september 1944 aan een hartaanval overleed. Zijn echtgenote stierf enkele maanden later in Groningen aan geleden ontberingen tijdens de evacuatie. Beiden zijn begraven op het Oude Kerkhof te Roermond. 

Bernhard Merson

18 Infantry Journal.jpgBernard Merson (1913-1970) diende als militair gedurende de Tweede Wereldoorlog in het Amerikaanse leger en landde op 6 juni 1944 (D-day) op Omaha Beach in Normandië. Hij was ingedeeld bij de US Army 29th Infantry Division, die van 8 december 1944 tot 23 februari 1945 defensieve posities langs de Roer innam. Op een foto in het Infantry Journal is hij tweede van links afgebeeld. Zijn divisie stootte vervolgens door om via de plaatsen Jülich, Broich, Immerath en Titz op 1 maart 1945 Mönchengladbach te bereiken. Op diezelfde dag werd Roermond door de 15th Cavalry Group van het 16de US Army Corps onder bevelhebber major general John B. Anderson bevrijd. Hoewel het niet officieel vaststaat heeft Bernhard Merson met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kort daarna ook het zwaar gebombardeerde nabij gelegen Roermond bezocht.
Van de Duitse bezetter is bekend dat men zich in de oorlog schuldig maakte aan plundering van eigendommen, inbeslagname van vee en opzettelijke vernietiging van gebouwen. Het blijkt echter dat ook geallieerden attributen, bedoeld als souvenir, uit verlaten woningen na de oorlog bij terugkeer uit oorlogsgebied meenamen naar hun woonplaatsen. Onder deze ‘souvenirs’ bevond zich ook een bijzondere dirigeerstok toebehorende aan Max Guillaume.

18 detail baton Max Guillaume.jpg

Toen Bernard Merson in 1945 terugkeerde naar de Verenigde Staten was hij in het bezit van een baton van Max Guillaume, voorzien van een zilveren plaatje met daarop de tekst: ‘Offert à Monsieur Max Guillaume, directeur de l’Harmonie Royale de Ruremonde, par François Plaghki, juillet 1909’. Deze François Plaghki was destijds een befaamde zilversmid die woonachtig was aan het Munsterplein. Begin 2020 ontving het bestuur van de ‘Keuninklikke’ een mail uit Massachusetts (USA) van familie van Bernard Merson, met de mededeling dat zij in het bezit waren van genoemde dirigeerstok. Via internet was men erachter gekomen dat dit attribuut behoorde aan een voormalig dirigent van de Harmonie. Graag wilden ze de baton aan de rechtmatige eigenaar overdragen en ze waren voornemens dit te doen bij een bezoek aan Roermond omstreeks de D-day-herdenking op 6 juni 2020. Vanwege beperkende maatregelen betreffende het covid-19-virus, zowel in de Verenigde Staten als ook in Nederland, is uiteindelijk besloten de baton via een koeriersdienst naar de Koninklijke Harmonie op te sturen.

Ontleend aan John Vaessen, ‘Dood, maar niet vergeten’. Graven en grafkelders op ‘den Aje Kirkhaof’ in Roermond (Roermond 2019)